
Een breipatroon leren lezen valt een stuk mee zodra je de belangrijkste steken herkent. Bijna elk patroon is namelijk opgebouwd uit een beperkt aantal basissteken, die je op allerlei manieren combineert tot een trui, muts of sjaal. We zetten de steken die je als beginner het eerst tegenkomt hieronder op een rij, met wat je ermee kunt maken.
Checklist voordat je begint te oefenen
- Heb je garen en naalden die bij elkaar passen? Op het bolbandje van je garen staat de aanbevolen naaldmaat.
- Zet je eerst een rijtje van 20 tot 25 steken op om te oefenen, voordat je aan een echt project begint.
- Oefen elke steek op een los lapje, zodat je straks niet tijdens een groot project opnieuw moet beginnen.
- Weet je het verschil tussen de voorkant en achterkant van je werk? Dat is bij sommige steken belangrijk om de telling goed te houden.
De basissteken op een rij
| Steek | Hoe je hem maakt | Goed voor |
|---|---|---|
| Rechte steek | Je steekt de naald van voor naar achter in de steek en haalt de draad erdoorheen | De basis van vrijwel elk breiwerk |
| Averechte steek | Je steekt de naald van achter naar voor in de steek, de draad komt aan de voorkant mee | Glad breisel in combinatie met de rechte steek |
| Ribbelsteek | Je breit elke rij, aan beide kanten, rechte steken | Sjaals en randen die niet omkrullen |
| Boordsteek (recht-averecht) | Je wisselt binnen één rij rechte en averechte steken af, vaak in een vast patroon zoals 1 recht, 1 averecht | Boorden van mutsen, truien en sokken |
Rechte steek: waar bijna elk breiwerk mee begint
De rechte steek is meestal de eerste steek die je leert, en ook de steek die je het vaakst terugziet. Je steekt de rechternaald van voren in de steek op de linkernaald, haalt er een nieuwe lus doorheen en laat de oude steek van de naald glijden. Brei je elke rij aan de voorkant rechte steken en draai je het werk steeds om, dan krijg je glad tricot. Dat is de stof die je op de meeste truien en vestjes ziet.
Averechte steek: de andere kant van tricot
De averechte steek is in principe het spiegelbeeld van de rechte steek. Je steekt de naald van achteren in de steek, en de draad ligt daardoor aan de voorkant van je werk in plaats van achter de naald. Wissel je rechte en averechte rijen af, dan ontstaat glad tricot: recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant. Breien beginners vaak alleen rechte of alleen averechte rijen door elkaar, dan krijg je juist een structuur met horizontale ribbels.
Ribbelsteek: de steek die niet omkrult
Breit je op elke rij, voor- en achterkant, uitsluitend rechte steken, dan heet dat ribbelsteek. Het resultaat is een stevige, elastische stof met een duidelijke horizontale structuur, die aan beide kanten hetzelfde eruitziet. Omdat ribbelsteek niet omkrult aan de randen, is het een fijne steek voor een sjaal of voor de rand van een project waarbij je dat omkrullen net wilt voorkomen. Heb je daar al eerder mee te maken gehad, dan helpt dit artikel over opkrullend breiwerk je verder.
Boordsteek: recht en averecht in één rij
Bij boordsteek wissel je binnen één rij rechte en averechte steken af, bijvoorbeeld steeds één recht en één averecht. Dat geeft een elastische, geribbelde stof die je vooral kent van de boord van een muts, een trui of een sok. Er bestaan meerdere varianten, met andere verhoudingen tussen rechte en averechte steken, maar het principe blijft hetzelfde: je combineert beide basissteken binnen dezelfde rij.
En dan is er nog de patentsteek
Zodra je recht, averecht, ribbelsteek en boordsteek onder de knie hebt, ligt de patentsteek binnen handbereik. Die steek werkt met stekenbevestigingen die je overslaat en pas in een volgende rij afbreit, waardoor je een extra dikke, luchtige stof krijgt. Het is een steek met net een stap meer techniek, dus wissel eerst voldoende rijen van de steken hierboven af voordat je daaraan begint.
Veelgestelde vragen over breisteken
Wat is het verschil tussen een rechte en een averechte steek?
Bij een rechte steek steek je de naald van voren in de steek, bij een averechte steek van achteren. Wissel je rijen recht en averecht af, dan ontstaat glad tricot.
Wat is de makkelijkste steek om mee te beginnen?
Ribbelsteek, waarbij je op elke rij alleen rechte steken breit, is voor de meeste beginners de overzichtelijkste eerste steek. Je hoeft niet te wisselen tussen recht en averecht, en de stof krult niet op.
Wat is boordsteek precies?
Boordsteek is een afwisseling van rechte en averechte steken binnen één rij, meestal in een vast ritme zoals 1 recht en 1 averecht. Je herkent het aan de boord van mutsen en truien.
Is patentsteek moeilijk om te leren?
Patentsteek vraagt iets meer techniek dan de andere basissteken, omdat je steken overslaat en later afbreit. Zodra je de basissteken vlot kunt breien, is de stap naar patentsteek klein.
Hoe lees ik de afkortingen in een breipatroon?
De meeste Nederlandse patronen gebruiken r voor recht en a voor averecht, vaak gevolgd door een aantal steken, zoals 2r, 1a. Lees een patroon altijd eerst volledig door voordat je begint, zodat je weet welke afkortingen erin voorkomen.
Van losse steken naar een eerste project
Zodra rechte en averechte steken vlot gaan, en je ribbelsteek en boordsteek hebt geoefend, kun je eigenlijk al aan de meeste beginnerspatronen beginnen. Lees voor een complete eerste gids ook leren breien, of ga meteen aan de slag met een muts of sjaal, waarin deze steken allemaal terugkomen.
Liever niet alleen oefenen, maar samen met anderen? Bij Crochet Mee kom je weliswaar vooral haaksters en haakers tegen, maar iedereen met een breiwerk op schoot is er net zo welkom. De eerste keer is gratis en vrijblijvend.



