
Waarom ziet jouw haakwerk er anders uit dan op de foto van het patroon, ook al volg je alle stappen netjes? Als je deze vraag herkent, ben je niet de enige. Bijna elke haakster loopt er ooit tegenaan, of je nu net begint of al jaren haakt. Hieronder zet ik de zeven fouten op een rij die ik het vaakst zie, met per fout wat je eraan doet.
1. Te strak of juist te los haken
Deze zie ik het vaakst. Te strak haken zorgt voor stug werk en pijnlijke handen, terwijl te los haken je project vormloos maakt. Probeer een halve maat groter of kleiner en kijk wat prettiger haakt.
2. Verkeerd steken tellen
Mis je één steek, dan kan je hele werk scheef gaan trekken. Gebruik steekmarkeerders, vooral bij rondhaken of amigurumi.
3. Een ander garen gebruiken zonder aanpassing
Een patroon is geschreven voor een specifiek garen. Kies je iets anders, dan kan je werk groter, kleiner of zwaarder uitvallen. Controleer altijd de stekenverhouding.
In de shop vind je garens die vaak gebruikt worden in populaire patronen.
4. De haaknaald van het patroon blind volgen
De aanbevolen naald is een richtlijn, geen wet. Iedereen haakt net wat strakker of losser, dus wijk gerust af als dat beter uitpakt.
5. Het patroon te snel willen afronden
Wie haast heeft, maakt sneller foutjes en heeft er minder plezier in. Neem de tijd, ook als je het eindresultaat al voor je ziet.
6. Niet proeflapje maken
Ja, proeflapjes zijn saai. Maar ze besparen je uiteindelijk veel frustratie en uithalen.
7. Denken dat je ‘niet goed genoeg’ bent
Haken is geen wedstrijd. Van elk project leer je iets, en foutjes horen daar gewoon bij.
Samen haken maakt alles leuker
Je hoeft het niet in je eentje uit te zoeken. Tijdens de Crochet Mee Avonden op dinsdag of donderdag haak je samen, stel je vragen en leer je van elkaar (met thee, koffie en gezelligheid).
Kijk ook eens in de shop en haak vooral op je eigen manier.



