Haken voor beginners: zo leer je haken, stap voor stap

Beginner leert haken met een haaknaald en een bol garen

Leren haken is minder moeilijk dan het er de eerste avond uitziet. Je hebt een haaknaald, een bol garen en een paar uur oefenen nodig, en daarna herken je de steken in bijna elk patroon. In deze gids lees je wat je nodig hebt, hoe je je eerste steken haakt, hoe je een patroon leest en met welk project je het beste begint.

Checklist: voordat je begint

  • Heb je een glad garen in een lichte kleur, zodat je je steken goed ziet?
  • Past de haaknaald bij het garen? Kijk op het etiket van de bol.
  • Weet je welk eerste project je wilt maken? Iets kleins en vlaks is het makkelijkst.
  • Heb je een schaar en een stopnaald om de draadjes weg te werken?

Wat heb je nodig om te beginnen met haken

Voor je eerste lapje heb je weinig nodig. Een haaknaald van 4 tot 5 mm werkt voor de meeste beginners het prettigst: groot genoeg om de lussen goed te zien, klein genoeg om het garen niet te laten ontsnappen. Kies daarbij een glad, middeldik garen van katoen of een katoenmix. Pluizige of heel donkere garens maken het lastig om te zien waar je moet insteken.

Verder heb je een schaar, een stopnaald met een groot oog en eventueel een paar steekmarkeerders nodig. Steekmarkeerders zijn kleine clipjes die je in een steek hangt, zodat je weet waar een rij of rondje begint. Welk garen bij welk project past, lees je in haakgaren soorten uitgelegd.

Garendikte Haaknaald Geschikt voor beginners?
Dun (fingering, sport) 2 tot 3,5 mm Liever niet, de steken zijn klein
Middeldik (DK, worsted) 3,5 tot 5 mm Ja, de beste keuze om mee te starten
Dik (aran, chunky) 5 tot 8 mm Ja, snel resultaat, wel meer kracht nodig

Het etiket van je bol is altijd leidend. Daar staat de aanbevolen naaldmaat op, meestal naast een klein haaknaald- of breinaaldsymbool.

Haaknaald en draad vasthouden

Er zijn twee gangbare manieren om een haaknaald vast te houden. Bij de potloodgreep houd je de naald zoals een pen, bij de mesgreep ligt je hand over de naald heen zoals bij een tafelmes. Geen van beide is beter: kies wat na tien minuten nog prettig voelt.

Met je andere hand geleid je de draad. Veel haaksters laten het garen over de wijsvinger lopen en klemmen het licht tussen pink en ringvinger. Zo houd je de draad op spanning zonder te knijpen. Zit je steken heel strak, laat de draad dan wat losser door je vingers glijden.

Je eerste steken haken

Bijna elk project begint met een beginlus (ook wel opzetlus genoemd). Leg een lusje in het garen, haal de draad door die lus heen en trek aan: je hebt nu een lus op je haaknaald die je strakker of losser kunt trekken.

De losse

Sla de draad om je haaknaald en haal hem door de lus op je naald. Dat is één losse. Herhaal dit tot je een ketting hebt van zo'n 15 lossen. Die ketting is de basis waar je de eerste rij op haakt.

De vaste

Steek je naald in de tweede losse vanaf de naald, sla de draad om en haal hem door de losse. Je hebt nu twee lussen op je naald. Sla de draad nog een keer om en haal hem door beide lussen. Dat is een vaste. Haak zo een hele rij, maak 1 losse om te keren, draai je werk en haak de volgende rij in de steken van de vorige.

Het stokje

Een stokje is hoger en groeit dus sneller. Sla eerst de draad om je naald, steek in de steek, sla om en haal de draad erdoor (drie lussen op je naald). Sla om en haal door twee lussen, sla nog een keer om en haal door de laatste twee lussen.

Oefen deze drie steken op een proeflapje voordat je aan een project begint. De halve vaste, het half stokje en het dubbel stokje leggen we uit in alle basissteken haken op een rij.

Een haakpatroon lezen

Patronen gebruiken afkortingen om de tekst kort te houden. Nederlandse patronen gebruiken meestal deze:

Afkorting Steek Amerikaanse term
l losse ch (chain)
hv halve vaste sl st (slip stitch)
v vaste sc (single crochet)
hstk half stokje hdc (half double crochet)
stk stokje dc (double crochet)
dstk dubbel stokje tr (treble crochet)

Let op bij Engelstalige patronen: Britse en Amerikaanse patronen gebruiken dezelfde woorden voor verschillende steken. Een Britse "double crochet" is een vaste, een Amerikaanse "double crochet" is een stokje. Kijk daarom altijd of een patroon US- of UK-termen gebruikt.

Getallen tussen haakjes aan het eind van een rij geven meestal het aantal steken aan dat je dan moet hebben. Tel na elke rij na, dan zie je een fout meteen. Een sterretje (*) betekent dat je het stuk erachter herhaalt tot het aangegeven punt.

Welk project kies je als eerste

Begin met iets kleins en vlaks, zodat je alleen op je steken hoeft te letten.

  • Een pannenlap of onderzetter: een vierkant met vasten, in een avond af, en je gebruikt hem meteen.
  • Een sjaal: lange rijen met dezelfde steek, ideaal om je spanning gelijk te krijgen.
  • Een granny square: je eerste stap naar werken in rondjes, en een mooie oefening met stokjes.
  • Amigurumi: iets lastiger, omdat je in spiraal werkt en moet tellen. Je begint meestal met een magische ring.

Veelgemaakte fouten bij beginners

De meeste beginners haken te strak, omdat ze de draad stevig vasthouden. Je werk wordt dan stug en het insteken gaat moeizaam. Ontspan je hand of probeer een halve maat grotere naald. Een tweede klassieker is dat je werk langzaam smaller of breder wordt. Dat komt doordat je de eerste of laatste steek van een rij overslaat of dubbel haakt. Een steekmarkeerder in de eerste en laatste steek helpt.

Zie je dat je werk er anders uitziet dan op de foto van het patroon, lees dan 7 herkenbare haakfouten.

Samen leren haken

Alleen oefenen met een filmpje lukt veel mensen prima, maar het gaat vaak sneller als iemand even meekijkt naar je steken. Daarvoor is er Crochet Mee, de haakavond bij De Garengarage op dinsdag of donderdag. Je neemt je eigen werk mee, stelt je vragen en haakt samen met anderen. De eerste keer is gratis.

Veelgestelde vragen over haken voor beginners

Is haken moeilijk om te leren?

Nee. De eerste avond voelt het onhandig, maar de meeste mensen haken na een paar oefensessies een nette rij vasten. Het tellen van steken en het lezen van patronen komt daarna vanzelf.

Wat heb je nodig om te haken?

Een haaknaald, een bol garen, een schaar en een stopnaald. Steekmarkeerders zijn handig maar niet verplicht; een los stukje garen in een andere kleur werkt ook.

Welke haaknaald is het beste voor beginners?

Een naald van 4 tot 5 mm, samen met een glad, middeldik garen. Kijk altijd op het etiket van je garen welke maat daarbij hoort.

Is haken makkelijker dan breien?

Voor veel mensen wel, omdat je maar één naald gebruikt en steeds maar één lus actief hebt. Laat je een steek vallen, dan rafelt je werk niet verder uit zoals bij breien.

Hoe lang duurt het voordat je kunt haken?

De basissteken heb je meestal na een paar avonden in je vingers. Een eerste pannenlap of sjaal lukt vaak binnen een week of twee, afhankelijk van hoeveel je oefent.

Welke haakpatronen zijn geschikt voor beginners?

Patronen met één of twee steeksoorten en een vlakke vorm, zoals een pannenlap, een sjaal of een granny square. Laat patronen met veel kleurwissels of vormen in de rondte nog even liggen.

Aan de slag

Pak een lichte bol garen en een naald van 4 of 5 mm, haak een ketting van 15 lossen en werk een paar rijen vasten. Zodra die rijen er gelijkmatig uitzien, ben je klaar voor je eerste echte project. In de shop vind je de garens die we nu verkopen.

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Inklapbare content

Garen

Klik hier voor de garen!

Ontdek een unieke collectie garen voor al je haak- en breiprojecten bij De Garengarage. Kies uit diverse kleuren en texturen voor elk creatief idee, klik hier!

Haakcursus

Klik hier voor mijn haakcursus!

S.E.V. Originals

Klik hier voor mijn artikelen!

Neem een kijkje:

Dit zijn 4 zelfgehaakte artikelen die te koop zijn in mijn webwinkel, net zoals vele andere artikelen!

1 van 4